next -index- prev

IBM Internet Connection

Iedereen op het Net!

Niet bandbreedte, maar kwaliteit, dat is het credo van IBM op Internet. Het grootste computerbedrijf heeft daartoe het eigen communicatienetwerk beschikbaar gemaakt voor derden, en koppelt daar een heel pakket software en diensten aan.

Of we het nu willen of niet, Internet is in en dat zullen we weten ook. In vrijwel alle artikelen komt `het Net' in een van de vele gedaanten naar voren in deze UNIX Info. Dat is ook niet vreemd, gezien het feit dat vrijwel ieder bedrijf dat zich met informatieverwerking bezighoudt tegenwoordig wel iets op of met het Net doet. UNIX staat aan de wieg van Internet, en het was tot voor enkele jaren ook min of meer de verplichte keuze voor wie het Net op wilde.
IBM heeft zich in dit opzicht een tijdlang rustig gehouden, om daarna als eerste met een desktop-besturingssysteem met ingebouwde Internet-faciliteit (OS/2 Warp) te komen. Naast de software biedt IBM ook de toegang, en eventueel zelfs het grootste deel van het transport via het eigen Global Network. Nu het bedrijf met een aantal nieuwe produkten komt waarmee zelfs een MVS-mainframe aan het Net gehangen kan worden is het tijd voor een overzicht. De toekomst van IBM hangt volgens sommigen aan het glazen draadje van de glasvezelkabel, het is interessant te zien hoe het bedrijf zich opmaakt voor de verovering van een positie als dienstverlener op het Net.
IBM heeft, net zoals een aantal andere grote bedrijven, de beschikking over een eigen communicatienetwerk. IBM Global Network was in eerste instantie bedoeld voor intern gebruik, maar de enorme populariteit van Internet heeft geleid tot een groeiende vraag naar bandbreedte en daarmee tot een aantal interessante mogelijkheden voor exploitatie van dat Net. De lancering van OS/2 Warp met standaard meegeleverde Internet-software en de introductie van het Advantis netwerk voor Internet-toegang gaf aan dat IBM ernst maakte met de plannen voor exploitatie van het eigen netwerk. Dit is echter nog maar een klein tipje van de ijsberg, die zo langzamerhand zichtbaar begint te worden. Want wat is er eigenlijk aan de hand? IBM is groot geworden met het verkopen van grote computers en de bijbehorende onderhouds- en servicecontracten. Dat ging jarenlang goed, IBM was marktleider en gaf aan in welke richting de informatiemaatschappij zich zou ontwikkelen. De komst van betaalbare minicomputers en - iets later - de eerste personal computers gaven echter al aan dat er iets gaande was, een ontwikkeling die ook bij IBM niet onopgemerkt was gebleven. De gebruikers wilden meer flexibiliteit dan een host-based systeem kon bieden, en keken verlangend uit naar een eigen microcomputer. IBM zag hier wel een markt in, en ontwikkelde binnen korte tijd een dergelijk apparaat. Omdat de ontwikkelingsperiode zo kort was, stapte men af van het tot dan toe gangbare gebruik om alle hard- en software (tot de processoren aan toe) in eigen beheer te ontwikkelen en vervaardigen. In plaats daarvan werd gebruik gemaakt van componenten die op de vrije markt werden ingekocht. Technisch gezien was de eerste IBM-PC eigenlijk al achterhaald toen hij op de markt gezet werd, maar dat heeft het succes van het apparaat niet in de weg gestaan. De machines werden geleverd met een keur aan besturingssystemen, waarbij PC-DOS uiteindelijk aan het langste eind trok. Niet omdat het nou zo'n denderend besturingssysteem was (dat was en is het niet), maar met name omdat het ruim honderd dollar goedkoper was dan de overige beschikbare systemen. PC-DOS was ontwikkeld (of eigenlijk ingekocht) door Microsoft, het toen nog jonge bedrijf van Bill Gates waar we hier verder niets over zullen zeggen. Microsoft had het recht bedongen om het besturingssysteem onder een andere naam aan andere computerfabrikanten te verkopen, IBM had dus geen exclusief recht op dit systeem. In combinatie met de eenvoudig na te bouwen hardware van de IBM PC ontstond zo een levendige markt voor IBM-klonen, die het bedrijf uiteindelijk bijna de das om hebben gedaan (dit zijn de letterlijke woorden van de huidige CEO, Lou Gerstner). De populariteit van de PC nam ongekende vormen aan, terwijl de markt voor host-systemen stagneerde. IBM was voor haar inkomsten echter nog voor een groot deel afhankelijk van die host-systemen, en zag daarmee de inkomsten dalen tot onder het nulpunt. Deze negatieve inkomensontwikkeling is inmiddels een halt toegeroepen en zelfs omgekeerd, maar dat neemt niet weg dat er iets fundamenteel moet veranderen wil IBM overeind blijven in de te verwachten `derde informatierevolutie'.
Na de mainframes in de jaren 60, de mini's van de jaren zeventig en de personal computers van de jaren 80 is het nu de beurt aan het informatienetwerk. Het is niet de snelste computer of het slimste besturingssysteem dat zal bepalen wie als winnaar uit deze strijd komt (ofschoon het natuurlijk wel noodzakelijk zal blijven om over een snelle computer en een slim besturingssysteem - UNIX? - te beschikken). Het gaat er dit keer om wie het beste weet in te spelen op de nieuwe mogelijkheden die een wereldwijd vertakt netwerk van kleine en grotere computers kan bieden. In dit opzicht zijn diverse bedrijven IBM al voorgegaan, maar geen van die bedrijven heeft de mogelijkheden van een gigant als IBM, of het nu gaat om het beschikbare kapitaal voor onderzoek of de infrastructuur op basis waarvan diensten kunnen worden aangeboden. De kreet `the Network is the Computer' mag dan als eerste door Sun gelanceerd zijn, vooralsnog is IBM de enige die over zowel dat netwerk als die computers beschikt. Of IBM daarmee ook de aangewezen partner is om het Net op te gaan is hiermee echter niet gesteld. Het is een feit dat diverse bedrijven - waaronder Sun - eerder zijn ingesprongen op de mogelijkheden die deze nieuwe technologie biedt. IBM heeft ook nog te kampen met een image-probleem, ofschoon dit al een stuk verbeterd is sinds Gerstner twee-en-een-half jaar geleden het roer overnam.

Afrekenen per kilo-instructie

Waar de (verdere) ontwikkeling van een wereldomspannend datanetwerk toe zal leiden is onderwerp van heftige speculatie. Als we de ontwikkeling van het elektriciteitsnetwerk als metafoor gebruiken, komen we tot een aantal aardige conclusies, die waarschijnlijk niet ver bezijden de waarheid liggen.
Toen elektriciteit nog maar net op commerciële schaal werd toegepast, beschikte vrijwel ieder `geëlektrificeerd' pand over een eigen generator, aangedreven door een stoommachine. Naarmate het fenomeen aan populariteit won, ontstonden er steeds meer en steeds grotere elektriciteitcentrales, die in de elektriciteitsvoorziening voor hele steden konden voorzien. Deze ontwikkeling is in de laatste jaren echter omgekeerd door de komst van kleinere lokale centrales die gebruik maken van moderne technologieën als warmte-kracht koppeling om zo een maximaal rendement te behalen. Gebruikers hoeven niet meer te investeren in een eigen centrale, maar betalen een vast bedrag plus een tarief per gebruikte eenheid.
De eerste computers waren groot, log en slechts geschikt voor een klein aantal gebruikers. Latere modellen waren nog steeds groot en log, maar konden honderden tot duizenden gebruikers tegelijk ten dienste staan. Op een gegeven ogenblik namen veel van die gebruikers echter het heft in eigen handen en kozen massaal voor kleine computers die slechts ‚‚n persoon dienden. Dit bleek ook niet ideaal, waarna die kleine computers allemaal aan elkaar werden verbonden en zo een netwerk ontstond van informatieverwerkende eilandjes. Iedereen kan zo gebruik maken van de mogelijkheden van alle andere computers in het netwerk, waarbij het niet uitmaakt waar die andere computer zich bevindt. Hierdoor is het in veel gevallen niet meer nodig om de eigen computer uit te rusten met bepaalde software, omdat de mogelijkheden al door een andere computer op het netwerk worden geboden. We zijn nu op het punt waarbij het interessant wordt om te kiezen voor informatieverwerking via dat netwerk, in plaats van te investeren in eigen informatieverwerkende apparatuur (lees computerhard- en software). Het grote voordeel hiervan is dat de onzekere investering in hard- en software achterwege kan blijven, en dat het beheer van het informatiesysteem uit handen gegeven kan worden. Een bedrijf kan zich zo concentreren op datgene wat het het beste doet (en waar het meeste aan verdiend wordt), in plaats van zich zorgen te moeten maken over het onderhoud van het gereedschap dat gebruikt wordt voor de bedrijfsvoering. Om dat ideaal te kunnen verwezenlijken moet echter nog wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Met name de betrouwbaarheid van het netwerk en de veiligheid van de data speelt hierbij een grote rol.
Het is duidelijk dat een bedrijf dat een goede positie weet te bemachtigen op het gebied van het netwerk of de via dat netwerk geleverde diensten, een zonnige toekomst tegemoet kan zien. Het is ook daar waar de groei in de komende jaren verwacht wordt. De huidige grote klanten van IBM zouden op den duur ook kunnen kiezen voor informatieverwerking via het netwerk, in plaats van een voortzetting van de huidige situatie waarbij ge‹nvesteerd wordt in hard- en software voor eigen gebruik. Het is IBM er natuurlijk alles aan gelegen om deze bedrijven als klant te behouden. Daarom ontwikkelt het bedrijf nieuwe diensten op het gebied van informatieverwerking, zoals het Notes Public Network (het gemak van Notes zonder de problemen van een Notes-server), het Advantis-netwerk (Internet-toegang via het IBM Global Network) en diverse `outsourcing' diensten, waarbij IBM de informatieverwerking voor een bedrijf op zich neemt.

Vertrouwen

Met name die `outsourcing'-diensten zullen in de komende jaren een interessante markt vormen. De goede toegankelijkheid van het internationale datanetwerk maakt het zo immers mogelijk om op iedere plaats waar maar een telefoonaansluiting is, beschikking te hebben over vrijwel alle mogelijkheden van het informatieverwerkende systeem, zonder grote investeringen vooraf. Informatieverwerkingsdiensten maken het mogelijk om op transactiebasis informatie in te kopen of te verkopen, vergelijkbaar met de wijze waarop nu telecommunicatiediensten worden verkocht. Dit vereist echter wel een grote mate van vertrouwen in de informatieverwerker, die immers ook de concurrent als klant kan hebben. Het meest kostbare bezit van een bedrijf is de informatie waarover het beschikt, en het uit handen geven van die informatie houdt altijd een zeker veiligheidsrisico in. De voordelen zijn echter dusdanig groot dat veel bedrijven de sprong waarschijnlijk zullen wagen. De kostenbesparing doordat er niet hoeft te worden ge‹nvesteerd in computerhardware, software en personeel is enorm.

Bescheiden start

We hebben de bescheiden start met het Advantis-netwerk al aangehaald. Uit het bovenstaande wordt echter duidelijk dat het IBM om heel wat meer te doen is dan alleen een positie te verwerven als informatietransporteur. Om het voor de gebruikers ook mogelijk te maken met vertrouwen het Net op te gaan, heeft het bedrijf in de loop der tijd een aantal produkten ge‹ntroduceerd die af moeten rekenen met enkele van de nadelen van TCP/IP en Internet. In eerste instantie gaat het hier om netwerksoftware voor alle populaire IBM-besturingssystemen, waarmee toegang tot Internet mogelijk is. AIX was natuurlijk al langer voorzien van een dergelijke mogelijkheid, maar voor OS/400 en OS/2 zijn deze mogelijkheden relatief nieuw. Ook OS/390 (de nieuwe naam voor MVS) kan direct aan een TCP/IP netwerk gekoppeld worden. Naast deze basisvoorzieningen levert IBM ook de nodige aanvullende programmatuur die het mogelijk maakt diensten te ontwikkelen op Internet. Het gaat hier om HTTP-servers voor OS/2, AIX, OS/400 en OS/390 ( de laatste twee zijn nog niet leverbaar) en clients voor AIX, OS/2 en Windows. De AIX-server zal ook beschikbaar komen voor toepassing op de SP2, waarmee dit de eerste supercomputer met een eigen HTTP-server wordt. Een van de meest actuele problemen, de veiligheid van transacties via Internet, wordt te lijf gegaan met de Secure Servers voor AIX en OS/2 Warp en een Secure WebExplorer (HTML-client) voor OS/2 Warp. Hierbij valt op dat IBM een pragmatisch standpunt inneemt ten opzichte van de twee nu gangbare standaarden voor beveiligde transacties via Internet. Zowel S-HTTP (van de IETF) als SSL (van Netscape) worden ondersteund. Vreemd is echter wel dat IBM voor de Windows-client niet gebaseerd is op de in eigen huis ontwikkelde WebExplorer. In plaats daarvan is gekozen voor het nemen van een licentie op Spry Mosaic, een bekende commerciële variant van NCSA Mosaic. Zeker gezien de recente aankondiging van een `multi-platform Classlibrary' waarmee software voor Windows en OS/2 grotendeels op een gemeenschappelijke codebasis kan worden ontwikkeld, hadden wij wel verwacht dat IBM het voortouw zou nemen in de toepassing van deze technologie. Bovendien heeft IBM een licentie genomen op de Netscape-browser, en kan deze naar wens leveren. Het lijkt er zo op dat IBM de markt voor een Windows-browser bij voorbaat al weggeeft. Heel anders gaat het met de WebExplorer voor OS/2 en AIX, die regelmatig wordt opgewaardeerd en op dit moment tot een van de betere browsers gerekend kan worden.
Een van de andere bekende bezwaren tegen Internet is het grote veiligheidsrisico dat aansluiting op het Net met zich mee zou brengen. IBM meent met de Internet Connection Secured Network Gateway (voorheen NetSP SNG) hierop een afdoende antwoord te hebben. Draaiend onder AIX fungeert SNG als firewall tussen Internet en het achterliggende beveiligde prive-netwerk. Bovendien biedt het een mogelijkheid voor `encrypted tunneling', waarmee Internet gebruikt kan worden als virtueel privenetwerk tussen twee of meer sites.
Voor het ontwikkelen van applicaties op Internet zijn de aangekondigde CICS/HTML en DB2/HTML gateways van belang. Hiermee zullen bestaande informatiesystemen met relatief weinig moeite kunnen worden voorzien van een HTML front-end. Beide gateways zullen een standaardonderdeel gaan vormen van de Internet Connection, en dus zonder meerprijs worden geleverd. Dit staat in schril contrast tot de exorbitant hoge prijs die moet worden betaald voor InterNotes, de Notes/HTML gateway van Lotus. Naar verluidt is men zich dit ook bewust, en wordt er aan een oplossing gewerkt. Het zou ons niet verbazen als die oplossing uiteindelijk bestaat uit het gratis leveren van InterNotes aan Notes-gebruikers, mede gezien het feit dat de toekomst van Notes staat of valt bij het succes van Lotus/IBM om dit platform als defacto-standaard informatie-centrum voor Internet-toepassingen te positioneren. IBM heeft Lotus gekocht om op die manier Notes in huis te halen, maar het is de vraag of het hiermee niet een paar jaar te laat is. Notes zou best wel eens de rol kunnen gaan vervullen die VisiCalc onder de spreadsheets al eerder op zich nam: de `killer-app' die de weg opende voor een nieuwe generatie software, om vervolgens zelf het onderspit te delven tegen een van die nieuwkomers. VisiCalc werd uit de markt gedrukt door Lotus 1-2-3. Hoe zal Notes zich houden tegen Netscape/Collabra?
Informatie: IBM, 020-5133079 http://www.ibm.nl.com

Frank de Lange