Van klein tot groot
Schaalbaarheid binnen UNIX-systemen
In dit artikel geven we een beknopt overzicht op
een aantal
populaire UNIX-lijnen van diverse fabrikanten, waarbij we met
name
letten op de probleemloze schaalbaarheid (lees: binaire com-
patibiliteit)
binnen de familie.
Een van de grote voordelen van UNIX is dat het besturingssys-
teem
inzetbaar is op zeer diverse hardwareconfiguraties. Van een-
voudige
monoprocessor-PC's tot massief parallelle systemen draaien
inmiddels
onder een variant van UNIX. In veel gevallen kan de toepas-
singssoftware
in ongewijzigde vorm worden toegepast op alle systemen binnen
dezelfde
familie, waarbij het echter de vraag is in hoeverre hierbij
gebruik
wordt gemaakt van de mogelijkheden van de meer geavanceerde
systemen.
In dit artikel zetten we de produktfamilie van een aantal
bekende
UNIX-leveranciers naast elkaar, waarbij we met name letten op
die
`naadloze' overdraagbaarheid van toepassingsprogrammatuur.
We hebben het laatste jaar regelmatig konde gedaan van nieuwe
ontwikkelingen
op hardwaregebied. Ook in deze UNIX Info maakt u weer kennis
met nieuwe
systemen van diverse leveranciers, die over het algemeen
probleemloos
ingepast kunnen worden in de bestaande produktfamilie. De
meeste leveranciers
gaan hierbij prat op de naadloze schaalbaarheid van hun con-
figuraties
van werkstation tot supercomputer, met alles wat daar tussenin
ligt.
Afgezien van het feit dat een applicatie, die is ontwikkeld
voor een
monoprocessor-werkstation, niet het onderste uit de kan zal
halen
bij toepassing op een massief parallel systeem, is dit over
het algemeen
geen loze belofte. Inmiddels hebben vrijwel alle belangrijke
leveranciers
een behoorlijke dekking bereikt in hun produktlijn, waarmee de
keuze
voor een bepaalde leverancier of een bepaald systeem over het
algemeen
voldoende groeimogelijkheden biedt zonder de investeringen in
software,
randapparatuur en kennis te verliezen. Op dit vlak zit het dus
wel
goed met de toekomstzekerheid van de meeste UNIX-systemen. Er
zijn
echter ook een aantal zaken die zich minder goed laten
voorspellen,
zoals: - Hoe zit het met de toekomstige ontwikkelingen van het
besturingssysteem?
- Biedt de toegepaste processorfamilie voldoende
toekomstperspectief?
- Is het besturingssysteem (en de toepassingssoftware)
overdraagbaar
tussen verschillende processorfamilies? - Is er voldoende
ondersteuning
van derden voor de gekozen hard- en software? - Wat gebeurt er
als
de gekozen leverancier om de een of andere reden niet meer aan
zijn
verplichtingen kan voldoen? En zo zijn er nog diverse andere
vragen
die aan de orde komen bij het bepalen van de keuze voor een
leverancier.
Als we ervan uitgaan dat de investering in hardware zeker drie
jaar,
en die in software nog een stuk langer, mee zal moeten, dan is
enig
inzicht in de toekomstperspectieven geen overbodige luxe.
Toekomstmuziek
Neem nu bijvoorbeeld de verwachtingen voor wat betreft de
overlevingskansen
van de op dit moment bestaande processorfamilies. Algemeen
wordt aangenomen
dat van de huidige zeven populaire architecturen (op al-
fabetische
volgorde Alpha, Intel, MIPS, PA-RISC, POWER2, PowerPC, SPARC)
er rond
het jaar 2000 niet meer dan twee of drie over zullen zijn.
Voor Intel
en PA-RISC staat de koers al vast, deze twee families zullen
in 1997
opgaan in een nieuwe generatie processoren. Het ziet er niet
naar
uit dat de POWER2-architectuur de eeuwwisseling zal overleven,
er
zijn voor zover bekend ook geen nieuwe ontwikkelingen meer op
dit
vlak te verwachten. Het voortbestaan van POWER2 is met name
afhankelijk
van de floating-point prestaties van de toekomstige
PowerPC-processoren,
aangezien POWER2 op dit moment nog duidelijk betere prestaties
levert
op dit vlak.
De overlevingskansen voor SPARC zijn met de recente introductie van
UltraSPARC weer wat toegenomen, maar het blijft een processor-
familie
die erg sterk aan een systeem gebonden is. Ook voor Alpha
geldt iets
dergelijks, zij het dat deze processorfamilie het voordeel
heeft dat
er een inmiddels behoorlijk uitgerijpte implementatie van
WindowsNT
voor beschikbaar is (een voordeel dat door de komst van
snellere Intel-processoren
echter steeds minder zal tellen). MIPS en PowerPC worden beide
door
diverse leveranciers toegepast, en voor beide processor-
families zijn
inmiddels diverse besturingssystemen beschikbaar. Als we uit
de bovenstaande
zeven families zelf een keuze zouden moeten maken, dan zouden
wij
Intel/PA-RISC en PowerPC als meest waarschijnlijke overlevers
aanwijzen.
Alpha begint zijn voorsprong ten opzichte van de minder snelle
concurrenten
kwijt te raken, terwijl de toepassing van deze familie nog
steeds
voornamelijk beperkt blijft tot systemen van Digital. De
UltraSPARC
is een indrukwekkende processor, maar het is de vraag of Sun
(casu
quo het SPARC-consortium) in de race blijft. Het
Solaris-besturingssysteem
is niet meer gebonden aan SPARC (het is ook beschikbaar voor
PowerPC
en Intel), en Sun stort zich sinds kort vol overgave in de
ontwikkeling
van special-purpose processoren voor toepassing in combinatie
met
de (eveneens door Sun ontwikkelde) Java-taal. De sleutel tot
overleving
voor processorarchitecturen ligt met name in de verkoopaantal-
len.
Zowel Intel als PowerPC hebben wat dit betreft de neus voor op
de
concurrentie, een voorsprong die wel eens beslissend kan
blijken.
Dat noch Intel, noch PowerPC tot de best presterende proces-
soren gerekend
kunnen worden is - vreemd als het klinkt - van secundair
belang. Natuurlijk
zijn er toepassingen die om maximale prestaties vragen, maar
verhoudingsgewijs
is dit slechts een zeer klein deel van de markt. De
software-ontwikkelaars
richten zich op de grootste markt, en de processor waarvoor de
meeste
software beschikbaar is zal als sterkste uit de strijd
komen.
Software
Er zijn echter ook personen die menen dat de keuze voor een
bepaalde
processor over enkele jaren helemaal niet interessant meer is,
omdat
de software min of meer naadloos overdraagbaar zal zijn tussen
diverse
hardware-architecturen. Dit klinkt natuurlijk prachtig, maar
wij moeten
het nog zien gebeuren. Het is een feit dat diverse besturingssystemen
inmiddels zo worden aangepast (of ontwikkeld) dat de hoeveel-
heid hardware-afhankelijke
code zo klein mogelijk is. Een goed voorbeeld hiervan is
WindowsNT,
dat via de zogenaamde Hardware Abstraction Layer de processor-specifieke
implementatie van diverse functies afschermt van de rest van
het besturingssysteem.
Als we WindowsNT nog even verder als voorbeeld nemen (ofschoon
UNIX
Info natuurlijk in eerste instantie ge nteresseerd is in open
systemen, waar wij WindowsNT nog niet onder rekenen) dan
blijkt echter
ook dat de beschikbaarheid van het besturingssysteem voor een
bepaalde
processor nog niet automatisch garantie biedt voor de beschikbaarheid
van toepassingsprogrammatuur. De meeste software-ontwikkelaars leveren
hun 32-bits Windows-software alleen in een versie voor Intel-processoren,
slechts bij hoge mate van uitzondering worden er ook binairies
voor
een of meer RISC-processoren meegeleverd.
Familieportret
Uitgangspunt van dit artikel was een vergelijking tussen de
UNIX-lijnen
van een aantal leveranciers, met nadruk op de schaalbaarheid
van desktop
tot supercomputer. In tabel 1 ziet u een overzicht van (een
deel van)
het produktgamma van een zevental fabrikanten, die beschikken
over
een complete lijn UNIX-systemen.
|
Bull |
DEC |
HP |
IBM |
SGI |
SNI |
Sun |
| Low-end workstation |
Estrella, DPX/20 |
AlphaStation 2000 |
HP 9000, model 712/715 |
RS/6000, Model 40P |
Indy |
RM200 |
SPARCstation 4/5 |
| Mid-range workstation |
DPX/20 |
AlphaStation 300/400 |
HP 9000, model 725 |
RS/6000, Model 43P |
Indigo2 |
(OEM Indigo2) |
SPARCstation 20 |
| High-end workstation |
DPX/20 |
AlphaStation 600 |
J-class |
RS/6000, 300 series |
Indigo2, Onyx |
(OEM Indigo2) |
SPARCstation 20, Ultra 1/2 |
| Workgroup server |
Estrella, Escala M, DPX/20 |
AlphaServer 400 |
D-class |
200/300 series, C-series |
Challenge |
RM300 |
SPARCserver 4/5 |
| Mid-range server |
Escala D, R, DPX/20 |
AlphaServer 1000/2x00 |
E-class |
500 series |
Challenge |
RM400 |
SPARCserver 20, Ultraserver |
| High-end server |
Escala PowerClusters, DPX/20 |
AlphaServer 4x00 |
K-class |
900 series |
Challenge |
RM600 |
SPARCserver 1000 |
| Enterprise server |
- |
AlphaServer 8400 |
EPS-20 |
RS/6000 SP |
- |
RM1000 |
SPARCcenter 2000 |
| Special purpose |
- |
AlphaServer 8400? |
SPP-1200(voorheen Convex) |
RS/6000 SP |
PowerChallenge, Onyx |
RM1000 |
|
| Processor |
POWER, PowerPC |
Alpha |
PA-RISC |
POWER, POWER2, PowerPC |
MIPS |
MIPS |
SPARC |
| Operating System(s) |
AIX, WindowsNT |
Digital UNIX, WindowsNT |
HP-UX |
AIX |
IRIX |
Reliant UNIX (voorheen SINIX), WindowsNT |
Solaris(SunOS) |
Tabel 1
IBM
IBM heeft op dit moment drie verschillende processorfamilies
in gebruik.
POWER wordt niet meer verder ontwikkeld, de toekomst van
POWER2 is
onzeker. Op dit moment is POWER2 de koploper voor wat betreft
floating-point
prestaties (volgens de resultaten behaald met SPECfp_95).
Gekoppeld
aan de wat tegenvallende prestaties van de huidige
PowerPC-generatie
betekent dit dat POWER2 voorlopig nog wel toegepast zal wor-
den. Of
er nog ontwikkelingen op dit vlak gaande zijn is ons niet
bekend.
PowerPC, de derde processorfamilie die IBM toepast, lijkt een
behoorlijk
toekomstzekere keuze te zijn. De verschillen tussen al deze
processorfamilies
zijn vanuit software-oogpunt gezien niet zo groot, over het
algemeen
wordt met AIX binaire compatibiliteit tussen de diverse sys-
temen gegarandeerd.
Dit geldt (in beperkte mate) ook tussen verschillende versies
van
AIX op verschillende platforms. Het besturingssysteem AIX
wordt door
diverse leveranciers toepgepast, en er is een grote hoeveel-
heid software
voor verkrijgbaar.
Bull
Bull levert naast IBM-OEM apparatuur (DPX/20) tegenwoordig ook
systemen
die in samenwerking met IBM en Motorola zijn ontwikkeld. De
Estrella-werkstations
en low-end servers en de Escala multiprocessor-servers zijn
uitgerust
met PowerPC-processoren en worden geleverd met AIX, het is ook
mogelijk
WindowsNT op deze systemen te draaien. Bull heeft geen eigen
high-end
werkstations, hiervoor wordt teruggevallen op IBM-produkten
(DPX/20,
een RS/6000 in Bull-behuizing). Escala is sinds de introductie
van
Escala PowerClusters ook geschikt voor zwaardere ser-
ver-toepassingen,
ofschoon we nog niet echt van een `enterprise server' kunnen
spreken.
SGI
Silicon Graphics is traditioneel sterk in werkstations, de
server-systemen
zijn pas later in de produktlijn opgenomen. Inmiddels is het
aanbod
op dit vlak behoorlijk compleet, ofschoon een enterprise
server nog
ontbreekt. De systemen zijn allen gebaseerd op de
MIPS-processoren,
die worden ontwikkeld door de volledige SGI-dochter MIPS. Het
besturingssysteem
IRIX (gebaseerd op SVR4.2) wordt door SGI in eigen beheer
ontwikkeld,
het draait alleen op SGI-apparatuur.
SNI
Siemens Nixdorf maakt gebruikt van MIPS-processoren in de in
eigen
beheer ontwikkelde RM-systemen. De produktlijn is met name op
server-toepassingen
gericht, voor werkstations maakt SNI veelal gebruik van
OEM-apparatuur
van derde leveranciers. Er komt wel een werkstation in de
lijst voor
(de RM200), maar er kan niet worden gesproken van een
duidelijke strategie
op dit gebied. Het besturingssysteem is onlangs hernoemd van
SINIX
tot Reliant UNIX, waarmee de band met het door SNI overgenomen
Pyramid
nog eens duidelijk wordt onderstreept. Reliant UNIX biedt op
de RM-serie
binaire compatibiliteit van het RM200-werkstation tot de
RM1000, het
MPP-systeem dat door Pyramid werd ontwikkeld onder de naam
Reliant.
Het draait ook op de Nile-systemen van deze fabrikant.
Digital
Digital levert systemen die zijn ontwikkeld rond de in eigen
beheer
geproduceerde Alpha-processor. Deze systemen kunnen met drie
besturingssystemen
worden geleverd. Naast Digital UNIX (voorheen OSF/1) zijn ook
OpenVMS
en WindowsNT leverbaar. De UNIX-koers van Digital is, mede
door deze
grote diversiteit aan besturingssystemen, vaak niet helemaal
duidelijk.
Doordat Digital met de Alpha een geheel nieuwe processorlijn
heeft
ontwikkeld, waarbij geen rekening gehouden behoefde te worden
met
compatibiliteit met voorgangers, is de produktlijn van DEC
opvallend
goed verdeeld. Van low-end werkstation tot enterprise server
zijn
leverbaar met een variant van de Alpha, waarbij binaire com-
patibiliteit
volgens Digital geen probleem vormt. De toekomst van de Al-
pha-processor
is echter volledig afhankelijk van Digital, aangezien deze
processor
door derden vrijwel niet wordt toegepast.
Sun
Sun heeft een van de meest complete produktlijnen van alle
genoemde
leveranciers, maar een deel van deze produkten is gebaseerd op
de
inmiddels als `achterhaald' beschouwde
(Mircro)SPARC-processor. De
SuperSPARC en met name de UltraSPARC kunnen de concurrentie
met andere
processoren wel probleemloos aan. Sun heeft een les geleerd
met de
overgang van de 68K-processorfamilie naar SPARC, binaire
compatibiliteit
tussen de diverse SPARC-varianten levert dan ook nog maar
weinig problemen
op. Het besturingssysteem van Sun, Solaris (op basis van
Sun-OS) is
inmiddels ge mplementeerd op diverse processorfamilies.
Hewlett-Packard
Hewlett-Packard heeft sinds de introductie van de EPS-20 en de
overname
van Convex alle segmenten van onze tabel afgedekt. Alle sys-
temen zijn
gebaseerd op de in eigen beheer ontwikkelde PA-RISC processor.
Hewlett-Packard
zal, als de samenwerking met Intel goed verloopt, kunnen
beschikken
over een aantal sterke troeven die het bedrijf zo rond de
eeuwwisseling
in een sterke positie kunnen brengen: een UNIX-versie die
draait op
de meest populaire processor, binaire compatibiliteit van
werkstation
tot massief parallel.
Frank de Lange