Net-imperialisme
Het is niet onbekend dat de werkelijke zeggenschap over de
cyberspace zacht gezegd vaag geregeld is. Er zijn wat commissies en
organisaties die zich bezig houden met de technische
verkeersregeling op het `hogere' en dan vooral internationale
netvlak, maar een duidelijk hiërarchische opzet en leiding is er
niet.
Dat hoeft volgens de echte net-afficionado's ook niet, de opzet van
het Net was een peer-to-peer netwerk zonder bazen, dat zelfs
oorlogen en sabotage zou overleven. Het werkt, er wordt door wat
commissies gewerkt aan verbeterde protocollen en zo, maar hou de
overheden alsjeblieft buiten de deur. Per land is er wel een
top-level autoriteit, die over het toekennen van domain-namen gaat,
maar die wordt niet benoemd door de regering of door instanties als
de ITU/CCITT en dergelijke.
Cyberspace is daarmee een vrijplaats geworden voor de digerati en
dat is aan de ene kant wel mooi, de vrijheid van meningsuiting is
daar vast bij gebaat, maar waar kan het nog meer toe leiden?
In de VS liep ik aan tegen wat ondernemende lieden, die het
cyber-imperialisme hebben uitgevonden. Ieder land heeft
tegenwoordig naast een terrestriaal domein, het land zelf en de zee
en de lucht ook een cyberdomein. Een stukje cyberspace gebaseerd op
een paar letters, zoiets als .nl of .uk of .xy als aanduiding.
Schijnbaar niets waard, maar als je net als de Koning van Tonga of
de President van de Seychellen uiteindelijk toch de Verenigde
Naties mag toespreken of een off-shore casino-oord of
belastingparadijs kan toelaten, zou de zeggenschap over een stukje
cyberspace nog heel interessant kunnen worden.
De cyber-ontdekkingsreizigers hebben dat in de gaten gekregen.
Omdat het dus niet echt goed geregeld is, kan men zichzelf nu nog
min of meer benoemen tot cyber-koning van een of ander eilandje of
landje. Dit soort lieden hebben, via wat vage relaties, de
top-level net-autoriteit voor kleine of arme landjes, eilanden en
zo naar zich toe getrokken, richten een server in voor dat landje
en gaan aan de slag. De server staat helemaal niet in dat land en
misschien zijn daar nog helemaal geen gebruikers, maar op deze
manier is er alvast een off-shore cyberbasis geschapen. Ook in
Nederland schijnen enige tijd de top-level servers voor wat landen
in het Oostblok gestaan te hebben.
Wat zou dat dan nog, denkt de vrijgevochten techno-anarchist dan.
Want zoiets is juist wel leuk, dan kun je de porno en de Fishman
affidavit tenminste ergens buiten de invloedssfeer van de CIA/Exon
war-on- words houden. Je kunt lekker off-shore gaan telebankieren
of gokken met cybercash. Omdat de internationale
telecommunicatie-autoriteiten dit soort landjes in ere moeten
houden - om de schijn van achterstelling te vermijden - kun je
misschien nog wel een leuk transponderkanaaltje van een satelliet
claimen. Je bent dan wel geen echte cyberpiraat, want er is een
soort kaperbrief van de ene of andere lokale
warlord/koning/stamhoofd, maar je kunt vrijwel ongestoord je gang
gaan. En wordt de grond je te heet onder de voeten, dan kun je de
data altijd nog op een van die vrijgegeven HAM-satellieten zetten,
die daar ergens in de ruimte zweven en waar helemaal niemand wat
over te zeggen heeft.
Leve de vrijheid, information wants to be free!
Dat klinkt allemaal leuk, maar omdat niemand echt weet door wie en
hoe dit soort praktijken wordt gecontroleerd, is het ook wel
gevaarlijk. Sex en gokken, electronic banking voor de politici, de
georganiseerde misdaad (en de CIA/FBI/politie die niet veel beter
is), maar bijvoorbeeld ook databanken met gevoelige informatie,
waar alleen de happy few mogen kijken. Heb je last van de
privacy-wetgeving in eigen land, dan zet je toch de data ergens ver
weg, Big Brother op een server in Centraal Mongolië. Wie weet heeft
het IRT nu ook wel ergens een geheime mailserver om hun operaties
uit de kranten te houden, beheerd door cybermedia-nar Cherribi die
als Co$-inquisiteur geleerd heeft hoe je een home-pagina maakt).
Gevaarlijk, gevaarlijk, beginnen met name in de VS nu allerlei
instanties te roepen. Dit biedt kansen aan de drugsbaronnen,
terroristen, de mafia, de perverts, subversieven en alternativo's!
Dus geen encryptie zonder dat de mannen aan de top kunnen
meekijken/luisteren, geen verkeer buiten de master-routers om, geen
geheimen waar ze niet aan kunen komen!
Ik weet niet waar het allemaal toe leidt, en of de echte
cyber-imperialisten in het Witte Huis, het Pentagon of bij de CIA
zitten, of dat het juist de kleine ondernemers zijn met hun
outpost-mentaliteit die gesteund moeten worden.
Cyberkolonialisme bestaat ook, maar dat gaat eerder om clubs als
CompuServe en America-on-Line, die met veel geld ook even de
Europese internetters willen inlijven. Omdat zij hun bandbreedte en
transmissiecapaciteit op erg grote schaal kunnen inkopen wordt het
voor lokale aanbieders en zelfs de grotere nationale clubs moeilijk
om te concurreren. Daarmee komt de pluriformiteit in gevaar, we
worden allemaal onderhorig aan de neo-koloniale mogendheden in
cyberspace.
Met de leuke on-line diensten van AoL en andere aanbieders halen we
echter ook hun repressieve politiek in huis, zij houden het bij
`politically correct' en buigen voor pressiegroepen tegen sex,
drugs en laten toe dat justitie, FBI en anderen meekijken, in
newsgroepen en postings, maar vast ook in je persoonlijke e-mail
als dat wettelijk mag. Dat soort clubs wil geld verdienen, en maakt
zich echt geen zorgen over privacy, totdat de publieke opinie het
dwingt, op straffe van abonnee-verlies.
Wegdrukken kleine providers
Aan de ene kant wordt steeds duidelijker dat Internet een lokaal
medium is, je hebt meer aan gegevens over de plaatselijke bioscoop,
disco's, pizzaboeren, politiek, e-caf‚'s dan aan meest irrelevante
data uit de archieven van een of andere Amerikaanse universiteit.
Wat dat betreft zullen we zien dat de elektronische Telegraaf het
veel beter gaat doen dan `nieuwe' clubs als Planet Internet, de
kranten hebben nu eenmaal een veel betere organisatie om (lokaal)
nieuws binnen te halen. Het zal even duren voor de gebruikers dat
in de gaten hebben, maar anno 1998 zijn het de kranten die het
Internet qua content gaan domineren.
Maar aan de andere kant, op dit moment komen de kleine
access-providers in de knel. Na een soort honeymoon-periode, waarin
iedereen op basis van soms vage afspraken aan de gang kon in de
vaderlanse cyberspace-matrix, wordt nu de strop aangehaald. Er moet
betaald worden voor het verkeer, omdat ook de Nederlandse bezoekers
niet allemaal meer om de hoek (Nl-Net) zitten maar via vreemde (en
dure) wegen komen shoppen kost dat Megabytes en die zijn duur.
Kleine providers betalen soms een gulden per MB-verkeer en als hun
klanten even flink aan het downloaden gaan, is zo'n abonnement van
30 of 40 gulden per maand zo op aan transmissiekosten. De wat
grotere clubs betalen tussen de 25 en 50 cent per MB, maar dat
betekent toch al gauw dat een leuke pagina een dubbeltje kost. Hier
kunnen de grote internationale clubs, die gewoon eigen verbindingen
huren met vrijwel onbeperkte bandbreedte, veel goedkoper werken.
Maar ze hebben nog een ander voordeel, ze kunnen de internationaal
interessante stukken content gewoon lokaal `spiegelen' op
mirror-sites. Kleinere clubs mogen dat niet of hebben niet de
juridische staf om daar contracten voor af te sluiten. Ongevraagd
pagina's overnemen, al was het maar via een grote cache, wordt
steeds moeilijker; de `eigenaren' van die pagina's willen weten wat
er gebeurt, anders kunnen ze hun adverteerders niet tevreden
stellen. Wat dat betreft zijn al die verhalen over Internet voor
kabel-abonnee's dus onzin, als die met 400 kbps-verkeer gaan
genereren tussen het kabelnet en de buitenwereld gaat dat vermogens
kosten. Het is dan ook waarschijnlijk dat met name de lokale
kranten op die kabelnetten gaan met hun pagina's (en proberen
anderen buiten te sluiten via tarifering per MB). Maar ook daar
zullen de AoL en CompuServe's van deze wereld zich wel tussen
wringen, zij kunnen wel hun hele handel ook lokaal neerzetten,
zodat er geen verkeer buiten het kabelnet en de head-end server
daarvan nodig is.
Met het opruimen/overnemen/elimineren van de kleine providers in
ons land (en dat gaat snel gebeuren als de politiek hier geen actie
neemt en oplet voor dumping en prijsafspraken tussen high-level
providers) gaat meer verloren dan de pluriformiteit in cyberspace.
Tot nu toe was Nederland een woelig, maar vruchtbaar stukje
cyberspace, er gebeurt hier van alles, kunst en cultuur ontdekken
de cyberspace, ondernemers krijgen kansen, maar in die chaos
groeide wel de werkgelegenheid en de betrokkenheid van de burger
bij de e-cultuur. Gaat dat verloren, doordat grote bedrijven
(veelal met quasi-nationale maar in feite supranationale belangen)
en de hype-artiesten van de snelle cyberclubs hun zakken kunnen
vullen, dan worden we inderdaad een cyber-kolonie.
Luc Sala