copyright Luc Sala 2004
dit is een deel uit het boek: RSI: muisarm en multisyndroom
Er er veel gezegd over wat de oorzaken zijn en wat je kunt doen om te
voorkomen dat het mis gaat. Daarvoor kun je terecht bij de bedrijfsgeneeskundige,
maar ook allerlei instanties zoals TNO en zelfs politieke partijen hebben
relevante websites en informatie. Er is, dat bleek wel, een enorm aanbod aan
hulpmiddelen waar je mee aan de gang kunt om te voorkomen dat RSI ontstaat. Ook
zijn er een aantal organisaties die cursussen en trainingen aanbieden, meestal
in bedrijfsverband en preventief bedoeld. Vaak maakt ook speciale
houdingstherapie deel uit van het cursus- en consultancy-aanbod.
Ben je echter toch zo ver gekomen dat er serieuze klachten zijn, en je dus in
meer of minder mate RSI-patiënt bent, dan komen daar veel vragen bij kijken.
Wat moet je doen, welke behandelingen zijn er, waar vind je meer informatie? Dit
boekje helpt je op weg, maar er zijn ook voldoende websites met actuele
informatie, checklists en dergelijken, zoals van de RSI patiëntenvereniging www.rsi-vereniging.nl.
Daar vind je nog meer tips, producten en ook mogelijkheden om met anderen die
ook RSI hebben, in contact te komen.
In het begin komen er veel vragen op je af en ook als de klachten nog relatief
gering zijn heb je misschien kennissen of collega’s, die al meer last hebben
en met beangstigende verhalen komen. Luister naar hun adviezen, maar besef dat
iedereen anders is en het misschien bij jou wel meevalt, paniek is niet nodig.
Neem rust, ga naar de instanties die daar voor zijn, binnen je bedrijf of via de
huisarts, en probeer de extra stress die dat proces met zich mee brengt van je
af te laten glijden. Rust, gepaste beweging en je goed informeren over wat je
zelf kunt doen is belangrijk, ook voor je geestelijke rust. Neem het heft in
handen, vooral wat betreft je werk en kijk wat je daar nog wel en niet kunt doen.
Probeer nutteloos thuiszitten en piekeren te voorkomen. Thuiszitten brengt vaak
extra stress en maakt de situatie in sommige gevallen erger. Probeer, mits de
klachten nog gering zijn, vooral contact te houden met je werkomgeving.
Misschien hoef je niet direct te stoppen met werken, maar kun je meer pauzeren,
meer rust nemen, je grenzen stellen, andere taken uitvoeren, dat archief eens
uitmesten, je lichaam anders belasten en daarbij vooral overleg plegen met
collega’s en bazen, zodat die begrijpen waar je mee bezig bent.
Pijn is lastig, maar het is je beste informant, direct pijnstillers nemen
ontneemt je de kans om echt te voelen wat er mis is.
Volg eerst de aanwijzingen en verwijzingen van de arts op. Dat zijn meestal de
‘normale’ verwijzingen, we spreken daarbij van de westerse reguliere
RSI-aanpak. Dat loopt via de bedrijfsarts of bedrijfsverpleegkundige,
Arbospecialist, keuringsarts, huisdokter, fysiotherapeut, een oefentherapeut of
een revalidatiearts, eventueel reumatoloog of gespecialiseerde RSI-arts. Dat
traject biedt voor veel mensen uitkomst en is ook de meest logische keuze, zeker
omdat betaling van alternatieve behandelingen via de verzekering niet echt goed
geregeld is en niet alles wordt vergoed. Dat je naast dat traject ook iets aan
sport of beweging kunt doen en iets gezonder kunt eten is vanzelfsprekend en
kijken naar de bredere werk- en leefsituatie, dat hebben we wel duidelijk
gemaakt, kan ook helpen.
Er is echter veel meer, bijvoorbeeld behandelingen die gebruik maken van
massage, speciale trainingen om je polsen/handen op een andere manier te
gebruiken, werken aan voedingspatronen, gebruik maken van kruiden en preparaten,
en er bestaat ook apparatuur zoals brainmachines, elektro-acupunctuur en
magneettherapie. We gaan daar op in en op de meer holistische (het geheel
omvattende) en oosterse benaderingen, ook wel alternatieve of additionele
geneeswijzen genaamd.
We beginnen dit overzicht van behandeling met de westerse/reguliere aanpak. Deze
behandelingen zijn grotendeels gericht op het zieke lichaamsdeel waar de
aandoening zich bevindt, soms aangevuld met een psychologische aanpak, maar toch
voornamelijk symptoombestrijdend. Ook de diagnose is daar specifiek op gericht.
Heel diep ingaan op de achtergronden, daar heeft de huisarts en zelfs de
specialist niet altijd de tijd en middelen voor of hij is niet helemaal thuis in
zo’n brede aanpak. Een integrale RSI-aanpak is natuurlijk wel gewenst, wat ook
de verzekeraars beginnen te begrijpen, maar toch nog niet algemeen geaccepteerd.
Wat dat betreft is de nodige voorbereiding van zo’n bezoek aan arts of
deskundige verstandig. Maak een lijstje met wat je zelf denkt dat de oorzaken
zijn, ook qua werksfeer en secundaire factoren als gebrek aan frisse lucht, te
veel stress en je voedingsgewoonten. Voorbereiding is het halve werk, het helpt
de dokter en jezelf om optimaal te profiteren van z’n kennis en mogelijkheden.
De arts heeft wel allerlei richtlijnen en protocollen die hem helpen. Zo is er
de NVAB richtlijn ‘Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met klachten
aan arm, schouders of nek’. Deze richtlijn voor bedrijfsartsen is bedoeld om
de bedrijfsarts te ondersteunen bij de begeleiding van werknemers met klachten.
Daarbij staat het handhaven van de arbeidsparticipatie en het voorkomen van
ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid voorop.
Daar zijn goede checklists in opgenomen en beschrijvingen en foto’s van de
tests die de arts moet doen. Op basis van een voorlopige diagnose en lichamelijk
onderzoek kan met behulp van die checklists een diagnose worden gesteld.
Afhankelijk van het resultaat wordt een bepaalde behandeling voorgesteld en
binnen drie weken wordt dan geëvalueerd of de aanpak succes heeft. Bij
aspecifieke klachten wordt na drie maanden doorverwezen naar een centrum voor
multidisciplinaire behandeling. Die richtlijn staat ook op het Internet op
www.rsi-vereniging.nl met veel nuttige informatie. Dat doorlezen kan ook helpen
het bezoek aan de arts goed voor te bereiden. Wat opvalt in die richtlijn is dat
men wel manuele therapie noemt, maar op bijvoorbeeld voedingspatronen niet
ingaat.
Een reguliere arts zal meestal een aantal korte vragen stellen, het gewricht en
de houding testen, iets willen weten over de achtergronden en in het beste geval
probeert de arts niets over het hoofd te zien. Want iemand die zelf klaagt over
pijn in z’n schouder, maar eigenlijk hartklachten heeft, die doe je geen goed
met een paar oefeningen of een ontstekingsremmer. De reguliere arts zal bij RSI
meestal ingaan op de pijnklachten, letten op de indicaties voor de herkenbare
RSI-aandoeningen zoals Carpaal Tunnel Syndroom, Tendinitis, Epicondylitis (tennisarm),
zal goed naar de ruggengraat kijken of daar geen wervels verschoven zijn of
vastzitten, zal kijken of je benen even lang zijn, letten op signalen voor
beginnende artritis en reuma, kijken naar mogelijke fibromyalgie. Verder zal hij
vaak wat rust en een recept voorschrijven en voor duidelijke houdings- en
spierproblemen misschien al verwijzen naar de fysiotherapeut of
houdingstherapeut. Een verstandige arts zal je ook vragen contact op te nemen
met je werk en daar het probleem aan te kaarten en maatregelen te nemen.
Een meer gespecialiseerde arts, zoals een reumatoloog, gaat dieper in op de
onderliggende oorzaken en zal meer testen doen qua bewegingsapparaat, bloed- en
urine-onderzoek en op basis daarvan een meer gerichte behandeling voorschrijven,
misschien wat meer bewegings- en voedingsadviezen geven, soms een injectie geven
en toch vaak weer doorverwijzen naar behandelingen als fysiotherapie of
houdingstherapie (zoals Cesar of Mensendieck) of manuele therapie. Daar gaat men
dan via massage en oefeningen proberen de pezen en spieren weer in een betere
staat te krijgen en eventuele verschuivingen of schade aan gewrichten en met
name de ruggengraat te behandelen. Je krijgt meestal oefeningen mee naar huis,
want een verkeerde pols- of zithouding of kromme rug vraagt vooral inzet van
jezelf. Bij houdingstherapie, dus het verbeteren van je zit- en werkhouding, is
de eigen inzet doorslaggevend. Het belang van inzet van de persoon zelf geldt
niet alleen voor fysieke, maar ook voor emotionele, intellectuele en spirituele
structuren, wat de insteek is van ‘postural integration’. Dit is een vorm
van diep lichaamswerk/lichaamspsychotherapie.
Behandeling in dit stadium is vaak nog fragmentarisch, ideaal is een brede
aanpak. De zogenaamde gedragsgeoriënteerde behandeling en revalidatie zijn daar
een voorbeeld van en richten zich op verbetering en oefening van de houding en
het uitvoeren van spierversterkende oefeningen, het toepassen van pauzes,
pijnmanagement, verbetering van ergonomie en ondersteuning door middel van
hulpmiddelen, en emotionele ondersteuning.
Het is eigenlijk niet mogelijk een standaardbehandeling voor RSI
aan te wijzen en er bestaat uiteraard ook geen standaardmedicijn voor de
RSI-patiënt. Men begint meestal met pijnbestrijding naast rust, minder of
stoppen met werken, de houding aanpassen die de klachten blijkbaar veroorzaakt,
meer pauzes nemen, meer bewegen, misschien een ontstekingsremmer, in ernstige
gevallen injecties met zware ontstekingsremmers of cortisone/prednison. De
reumatoloog heeft een heel scala aan middelen, die meestal alleen
symptoombestrijdend zijn. De laatste tijd zijn er ook nieuwe medicijnen die de
problemen eerder kunnen oplossen, zoals de Coxibs geneesmiddelen en de Anti-TNF
therapie.
In eerste instantie kan een aspirientje of Paracetamol ook geen kwaad. Al zal zo’n
medicijn je niet terugbrengen tot je gezonde staat, het kan in bepaalde gevallen
bruikbaar zijn om de ergste pijn te bestrijden. Het is in ieder geval niet
verstandig om zonder begeleiding te experimenteren met medicijnen, vanwege de
bijwerkingen en gevaren die het op kan leveren en omdat je als leek niet goed
kunt inschatten of er diepere medische problemen zijn, waarvan je de symptomen
dan weer wegdrukt met mogelijk ernstige gevolgen. Het is aan de arts om een
diagnose te stellen, behandeling en medicijnen voor te schrijven en in de meeste
gevallen werkt dat ook wel. Het zijn de chronische RSI-patiënten die moeilijker
te helpen zijn en gaan uitkijken naar alternatieven.
Pijn is lastig, maar ook een signaal dat je niet mag negeren. Goede vormen van
pijnbestrijding zijn om te beginnen ontspanning, massage en andere
pijnverzachtende behandelmethoden. Het is daarnaast goed de oorzaken te
achterhalen, je werk- en levensstijl aan te passen en goede oefeningen te doen
in plaats van enkel en alleen de symptomen te onderdrukken en zodoende het
kernprobleem niet op te lossen.
Pijnstillers als Paracetamol kunnen wel gebruikt worden bij acute pijnklachten
en om beter te ontspannen tijdens rust, bijvoorbeeld ’s nachts.
Spierverslappers zoals Valium zijn soms nuttig om even helemaal te ontspannen en
verlichting te bieden. Iboprufen is een ontstekingsremmer/pijnstiller die je in
de apotheek kunt krijgen en snel helpt. Gebruik deze dan wel incidenteel, om te
voorkomen dat gewenning op zal treden bij langdurig gebruik of de bijwerkingen
merkbaar worden. Slaapmiddelen kunnen tijdens acute pijnklachten de spieren
ontspannen en in verdere fases van RSI mensen helpen die niet meer in slaap
komen van de pijn. Langer dan twee weken gebruik maken van slaapmiddelen is niet
verstandig. Ook hier geldt dat verslaving en afhankelijkheid op kan treden en na
enkele weken het effect af zal nemen bij gelijke dosering. Het chronisch slikken
van medicijnen, ook die gewoon zonder recept gehaald kunnen worden, is zonder
medische begeleiding niet verantwoord.
Antidepressiva worden soms succesvol toegepast bij pijnsyndromen die met RSI
vergelijkbaar zijn, omdat de overprikkeling van het zenuwstelsel erdoor
verminderd wordt en daarmee dus ook de pijnklachten tijdelijk afnemen. Wederom
geldt dat overleg met een behandelend arts of specialist noodzakelijk is.
Voedingssupplementen, vitamines en andere middelen
In het verlengde van de medicatie zijn er allerlei middeltjes die geacht worden
gunstig te werken bij RSI. De werking is niet altijd bewezen, maar het is wel
het gebied waar je heel veel goedbedoelde adviezen krijgt en voor je het weet
heb je een hele rij potjes en pilletjes staan. Sommige middelen helpen in
bepaalde gevallen wel en daarom hebben we er hierna een apart hoofdstuk aan
gewijd.
In beweging blijven is altijd een goed advies, maar als er al sprake is van
klachten zijn er beperkingen. Dan is zware belasting, tegen de pijngrens aan
sporten, natuurlijk uit den boze. Dan is rustige beweging, niet forceren, en de
lichaamsdelen waar de klachten voorkomen ontzien een beter advies. Rustige yoga-
en ademhalingsoefeningen zijn opties, maar de schouders en armen flink rekken en
strekken, laat dat maar aan de fysiotherapeut over. Die geeft in het algemeen
wel oefeningen mee voor thuis en die kun je raadplegen over geschikte sporten.
Hou de zaak dus in beweging, maar wel op een aangepaste manier. Je mag
bijvoorbeeld wel zwemmen, maar dan alleen op je rug. Ook het gebruik van
allerlei anti-RSI-hulpmiddelen uit de preventieve sfeer, zoals
zelfmassagehulpjes, tril- en schudapparaten en de apparaten in de sportschool,
zijn wanneer je echt klachten hebt niet altijd positief. Ook dan is het advies
van een deskundige nodig.
Fysiotherapie kan veel goed doen bij RSI-klachten, maar meestal als deel van een
bredere behandeling en met aangepaste bewegingsadviezen. Wat de fysiotherapeut
kan vinden door middel van aanrakend onderzoek zijn onder meer spanningen,
weerstanden, beweeglijkheid en afwijkingen. Een voorbeeld van wat een
fysiotherapeut kan achterhalen is de kop van een schoudergewricht die niet meer
goed door de kom glijdt. Daarbij is sprake van een afwijking in de schouder die
mensen vaak niet zelf opmerken, maar die wel medeveroorzaker kan zijn bij het
ontstaan van RSI-klachten. Wat ook tijdens fysiotherapie ‘ontdekt’ kan
worden zijn de verhardingen van bindweefsels van spieren als gevolg van
overbelasting, de zogenaamde triggerpoints in nek, schouder en armen die pijn
veroorzaken.
Deze stijfheid, spanningen en drukpunten zijn zeker wel te behandelen met
fysiotherapie, maar het wegnemen van de bron van overbelasting (werkzaamheden,
houdingsgewoonten, conditie, omgaan met stress, enzovoort) is net zo belangrijk.
Een goede fysiotherapeut houdt zich dan ook bezig met gedragsbeïnvloeding met
betrekking tot houding en beweging. Pijn is een emotie, een ‘gemoedsbeweging’,
en daarom richt een fysiotherapeut zich als het goed is niet alleen op het
lichaam.
Door oefentherapie, een van de meest bekende is Mensendieck, leert de patiënt
met RSI-klachten meer bewust te worden van de risicofactoren en beseft dat deze
factoren door hem of haar zelf te beïnvloeden zijn. De nadruk ligt in de
behandelingen op het bewust worden van lichaamssignalen en het ontspannen en op
lengte brengen van de nek-, schouder-, arm-, en polsspieren. Verder omvat het
ontspanningsoefeningen, namelijk het aanleren om niet meer spierspanning te
maken dan nodig is tijdens activiteiten en de spierspanning los te laten op
rustmomenten. Ook het versterken van de spieren die je nodig hebt om je houding
te verbeteren en het aanleren van warming-up en cooling-down oefeningen vallen
binnen deze benadering. Doorgaans is het adviseren van aanpassingen van de
werkplek, zoals het verbeteren van de werkhoudingen en van bewegingen, ook
geïntegreerd in deze aanpak.
Bij dit alles is de bewustwording van de patiënt belangrijk en wordt er gewezen
op de noodzaak om afwisseling in het werk aan te brengen, om regelmatig (micro)pauzes
te nemen en een te hoge werkdruk te vermijden. Dit inzicht moet leiden tot
gedragsverandering op lange termijn en dient herhaling te voorkomen, wat een
sterk punt is van deze behandelmethode.
Het is mogelijk om bedrijfsoefentherapeuten Mensendieck naar de werkplek te
laten komen voor voorlichting en training in groepsverband, gericht op
bewustwording van houding, risicofactoren, en de algehele werkplek.
Cesartherapie is vergelijkbaar met Mensendieck, maar de nadruk bij Cesartherapie
ligt meer op beweging. Het doel is de balans tussen de spieren in het lichaam te
verbeteren en aan te leren die spieren te ontspannen of te versterken.
Feldenkrais is een wat subtielere aanpak om de lichaamshouding te verbeteren en
de wervelkolom in balans te brengen.
We merken aop dat er een overlap is tussen preventie en behandeling, maar dat
vooral in het geval van ontstekingen opgepast moet worden. Niet alle
behandelingen zijn daar even geschikt voor, bijvoorbeeld met warmte moet je dan
oppassen. Ook het zomaar inzwachtelen of het gebruiken van polsbanden met
steunfunctie of andere middelen die de pols of onderarm fixeren is niet altijd
de aangewezen weg. We hebben reeds bij hulpmiddelen aangegeven dat fixatie soms
gevaarlijk kan zijn doordat een gewricht als het ware buiten bedrijf wordt
gesteld en er meer wordt gevraagd van andere gewrichten, waardoor overbelasting
op kan treden.
Dit kan ook opgaan voor de combinatie medicijnen en spalken, wat een vrij
drastische manier van fixeren is en vaak onterecht als simpele en enige
oplossing voorgeschreven wordt aan mensen met RSI. Spalken worden dan gebruikt
om ontstoken weefsels in een neutrale onbeweeglijke positie te houden in een
rustperiode. Als zo’n rustspalk echter wordt gedragen tijdens activiteiten is
er ook hier het gevaar dat extra letsel zal optreden in de aangrenzende weefsels.
Bij zwellingen kunnen spalken ook een regelmatige bloedsomloop tegengaan en
daarmee de afvoer van afvalstoffen en dus ook genezing in gevaar brengen.
Bij RSI-verschijnselen die met zenuwbeknellingen te maken hebben of bij ernstige
ontstekingen of vervormingen van pezen kan chirurgie een oplossing zijn. Bij het
Carpaal Tunnel Syndroom kan bijvoorbeeld een sneetje gemaakt worden in de
handpalm en vervolgens kan de gewrichtsband worden verdeeld, als het ware losser
worden ‘geknoopt’. Sommige ingrepen hoeven niet meer dan twintig minuten in
beslag te nemen, zoals het opereren van een trigger-vinger. Het herstel varieert
meestal van vier tot acht weken. We raden toch aan een second opinion te vragen
als chirurgie als startpunt is aangeraden, om zoveel mogelijk overtuigd te zijn
van de juiste diagnose en eventuele teleurstellingen te voorkomen.
Homeopathie is door velen geaccepteerd als effectieve medische behandeling en
wordt veelal vergoed door de verzekeraars. Daarom plaatsen we de aanpak onder
regulier, maar deze is tegelijkertijd afwijkend van wat de reguliere geneeskunde
aanbiedt. De Duitse arts Samuel Hahnemann is de uitvinder van deze methode. Er
wordt gewerkt met sterk verdunde remedies, die beogen ziektes te bestrijden. Hoe
meer verdund die remedies zijn, hoe hoger de ‘informatiewaarde’ is.
Homeopathische geneesmiddelen worden gemaakt uit natuurlijke producten, zoals
substanties van planten, dieren en mineralen. Deze stoffen zetten het lichaam
aan zichzelf te genezen. Het uitgangspunt is dat een stof die bepaalde
verschijnselen kan opwekken, dit verschijnsel ook kan genezen. Er zijn tamelijk
veel homeopatische artsen en ook veel apotheken hebben homeopathische middelen.
Zeker waar het gaat om chronische klachten die te maken hebben met verstoord
stofwisselingsevenwicht, kan homeopathie uitkomst bieden. Er zijn enorm veel
homeopathische remedies, maar ook een aantal verschillende richtingen in de
homeopathie, zoals de klassieke homeopathie. De vrij moderne Radionics aanpak
gaat tamelijk ver in het accepteren van het onderscheid tussen massa en
informatie en maakt gebruik van puur energetische en zelfs symbolische
technieken.
De methodes van diagnose bij homepathische artsen en ‘practitioners’ kunnen
zeer uiteenlopen. Soms is die gebaseerd op alleen maar gesprekken, soms maakt
men gebruik van technieken als Vega, Touch for Health of dowsing (pendelen) in
verschillende vormen. De intuïtie speelt daarbij een grote rol, maar de
resultaten zijn soms verbluffend accuraat.
Manuele therapie is niet altijd hetzelfde als ‘kraken’, wat men veelal denkt,
en ook niet alleen gericht op het manipuleren van de wervelkolom. Therapeuten
kunnen door middel van diverse handgrepen lichamelijke structuren oprekken,
verplaatsen of de spanning ervan beïnvloeden. Door de verbindingen van het
zenuwstelsel kunnen klachten vanuit de arm ook verstijvingen elders in het
lichaam, zoals in de rug of schouder, veroorzaken. De structuren (betrokken
spieren en wervels) die vast zijn gaan zitten door overbelasting kunnen
losgemaakt worden en vervolgens kan de therapeut de zenuwuiteinden van de
zenuwbanen prikkelen met manipulaties. Het doel hiervan is een reflexmatige
ontspanning en betere doorbloeding te bewerkstelligen. Het voordeel van deze
methode is dat de therapeut goed kan lokaliseren waar precies de gevoelige plek
zich bevindt.
We spraken al eerder over massage op het werk en als preventieve methode, maar
ook als behandeling is massage effectief bij bepaalde RSI-klachten. Massage is
een eeuwenoude behandelmethode en kan heel geschikt zijn, zeker waar sprake is
van spierproblemen, inkapseling en stijfheid.
Klassieke massage is het geven van mechanische prikkels op het lichaam door
middel van handgrepen die kunnen leiden tot herstel van de evenwichtstoestand
van de mens. Door prikkeling van de gevoelszenuwen kan invloed worden
uitgeoefend op de spierfuncties. Dit vindt plaats door aanraking met de huid,
drukking op het onderhuidse bindweefsel, kneden van de spieren en rekken op
banden en kapsels. Voor ontspanning of verlichting van pijn kan in principe
iedereen een massage geven, maar bij therapeutische doeleinden is het aanbevolen
naar een fysiotherapeut of andere professionele masseur te gaan. Tijdens het
masseren wordt het behandelde gebied warmer, neemt de bloeddoorstroming toe en
kunnen spierspanning en pijnklachten afnemen.
De drie kerneffecten van een massage zijn: betere doorbloeding van het
gemasseerde weefsel, vermindering van pijn in het behandelde gebied en
ontspanning van de diverse weefsels. Er kan bijvoorbeeld gemasseerd worden na
langdurige poses in dezelfde houding, na intensieve belasting zoals bij een
verhuizing of een sport en bij verhoogde spanning op het werk of andere
omstandigheden.
Masseren is niet altijd positief en is in sommige gevallen af te raden.
Bijvoorbeeld als het meer dan normale pijn oplevert, er ongewone verschijnselen
waar te nemen zijn als blauwe plekken, bij koorts en temperatuurverhoging, na
langdurig niet gegeten te hebben, bij ernstige vermoeidheid (massages kosten
energie van bepaalde organen) en na gebruik van bewustzijnsverminderende
medicijnen. Bij ontstekingen is zomaar masseren zelfs gevaarlijk, een specialist
kan dan wel iets anders doen, zoals voetzool acupressuur. Diepgaande bindweefsel-
en lymfemassages, vooral van het hoofd, nek, rug, buik en benen, kunnen helpen
om sneller te ontzuren. Hou er wel rekening mee, dat de massages afvalstoffen
uit het weefsel losmaken en in de bloedbaan brengen, waardoor je (tijdelijk)
hoofdpijn kunt krijgen.
Er zijn veel verschillende soorten massage. De sportmassage is vrij bekend, ook
de Zweedse massage kom je veel tegen, maar er zijn in bijna iedere cultuur
speciale methodes ontwikkeld. De Thaise massage met veel rekken en strekken is
niet zo geschikt voor RSI, de Tibetaanse/Chinese aanpak met veel aandacht voor
de houding en ruggenwervels past beter, de Ayurvedische massage is vrij straf,
maar goed voor de doorbloeding en ontgifting. Vraag de massagetherapeut of er
ervaring is met RSI en wees vooral voorzichtig met ontstekingen.
Er is een duidelijke relatie tussen visuele problemen door het werken met een
beeldscherm en RSI. Dat komt door flikkering, slechte beeldschermen, te veel of
te weinig contrast en een foute kijkhoek. Door ingespannen werken met een te
klein beeldscherm of op een foute afstand ziet men niet scherp, gaat men bukken
en buigen om beter te kunnen zien. Dan komen er ook vaak problemen met de ogen,
zoals irritatie, slechte focus en slechter zien in het algemeen. Dat kan worden
opgelost door grotere en/of scherpere beeldschermen, maar ook door optisch iets
te doen, zoals een bril dragen dus. Bij brildragende beeldschermwerkers komt het
echter juist vaak voor dat er problemen ontstaan bij het kijken naar het
beeldscherm. Bij personen met een leesbril of een leesdeel in de bril wordt
uitgegaan van een afstand van ongeveer 35 tot 40 cm om goed te kunnen lezen.
Toch staat een beeldscherm meestal op 60 –70 cm afstand. Het leesdeel van de
multifocale bril zit ook onder in de bril, waardoor de brildrager gedwongen is
met het hoofd achterover naar het beeldscherm te kijken. Afwisselend lezen op
het beeldscherm en van papier vraagt ook erg veel van de ogen en er zijn
speciale beeldschermbrillen die bij dit probleem kunnen helpen. Het verstrekken
van zo’n beeldschermbril door de werkgever is volgens het Arbobesluit
verplicht, indien is aangetoond dat de huidige privé bril niet geschikt is voor
het werken met een beeldscherm.
Wie gaat de behandeling betalen? Dat is een belangrijke vraag. Zolang je in het
begintraject de reguliere weg volgt, dus via huisarts of bedrijfsarts met
verwijzingen naar fysiotherapeut of specialist, is er niet veel aan de hand. Het
ziekenfonds of de verzekeraar dekt dat wel. Maar na een tijdje en zeker bij
langdurige behandelingen wordt dat moeilijker. Fysiotherapie is nu al beperkt en
door de bezuinigingen op de gezondheidszorg dreigt het aantal en de soort
behandelingen nog verder teruggedrongen te worden. Het aantal en de soort
alternatieve behandelingen die een verzekeraar vergoedt zijn ook niet steeds
gelijk. Dat men wil besparen is helaas een algemene trend en wat dat betreft
hebben nieuwe en mogelijk effectieve therapieën het moeilijk.
Beroepsziekten als RSI worden steeds moeilijker verzekerbaar. Er zijn al
verzekeraars die weigeren voor de schade op te draaien. De toename van
schadeclaims is de oorzaak van deze opstelling. Het Verbond van Verzekeraars
pleit al jaren voor de invoering van een directe verzekering van het
beroepsrisico. Het zou dan niet meer uitmaken of de beroepsziekte in de vrije
tijd of op het werk is opgelopen, een kwestie die nu als bewijslast de
afhandeling van schadeclaims sterk vertraagt.
Gelukkig is er ook een andere trend, namelijk dat de werkgevers via de Wet
Poortwachter en andere regelingen steeds meer worden aangesproken op wat ze doen
voor zieke werknemers en uit die hoek is met name voor RSI wel steun te
verwachten en wordt via zogenaamde Arboconvenanten ook veel geregeld. Eventueel
zul je de werkgever daar op aan moeten spreken, om een reïntegratieplan vragen
en om hulp bij de aanschaf van hulpmiddelen.
Wat betreft hulpmiddelen kun je een andere muis niet of heel moeilijk vergoed
krijgen. Pas als je bij wijze van spreken in een rolstoel moet zitten gaat men
die vergoeden. Verzekeraars maken onderscheid tussen ‘medische hulpmiddelen’
en ‘HDL-artikelen’ (hulpmiddel dagelijks leven). Onder bepaalde voorwaarden
vergoeden verzekeraars wel specifieke medische hulpmiddelen, zoals prothesen,
speciaal schoeisel, hoortoestellen en loophulpmiddelen. Voor RSI-patiënten zijn
HDL-artikelen vaak erg handig, zoals aangepast bestek of keukenhulpen, maar deze
worden meestal niet vergoed. Informeer voor vergoedingen bij de zorgverzekeraar
en spreek de werkgever aan of vraag bij de Kruisvereniging naar hulpmiddelen in
haar pakket, die je voor een gering bedrag kunt huren.
Er zijn enorm veel behandelingen, die niet echt ‘alternatief’ zijn, omdat ze
uitgaan van bewezen principes, maar ook niet breed zijn geaccepteerd. Zeker op
gebied van massage en oefenapparatuur is er een breed aanbod, dat we deels al
bespraken bij de preventie, en die natuurlijk (in overleg) ook kan helpen als
aanvulling van de fysiotherapie. Sommige therapeuten maken ook gebruik van
technieken of apparaten die wat minder bekend zijn. Zo zijn er elektrische
apparaatjes die men zelf kan gebruiken en die in therapeutische praktijken
worden gebruikt ter preventie of om beginnende problemen aan te pakken. Na deze
complementaire behandelingen gaan we over op de behandelingen die men wel als
holistisch of alternatief aanduidt.
Stress is een van de factoren die RSI veroorzaken. Alle methodes die iets doen
aan stress of je helpen stress te beheersen zijn dan ook in principe te
gebruiken bij RSI-behandeling en preventie. Dat kan op klassieke manieren en we
noemden al yoga en meditatie. Er zijn zelfs speciale RSI-centra, waar je een
paar weken helemaal tot rust kunt komen, yoga doet, massages krijgt, via
psychotherapie uitzoekt wat de diepere psychosociale oorzaken van je RSI zijn en
waar je leert mediteren. Dat is een dure methode, maar voor wie door stress niet
meer goed kan functioneren op het werk en in het dagelijks leven misschien het
overwegen waard.
Er zijn veel methodes om het lichaam en daarmee de geest tot rust te brengen.
Een half uurtje op een massagestoel of onder de handen van een goede therapeut
kan erg goed helpen. Het kan echter ook omgekeerd, door eerst de geest tot rust
te brengen en daarmee het lichaam te beïnvloeden. Daarvoor moeten we eerst iets
uitleggen over hoe onze hersens werken, want dat is de ‘hardware’ van onze
geest.
Onze hersenen kun je vergelijken met een soort computer met heel veel activiteit,
die gerelateerd is aan onze gemoedstoestand. Dat kunnen we meten in de vorm van
elektrische signaaltjes. Je hersenactiviteit is te meten aan de hand van hele
kleine elektrische pulsjes via elektrodes op je hoofd, net als bij een EEG.
Daarbij blijkt dat er bepaalde patronen te herkennen zijn. Deze hersengolven
heeft men een naam toegekend en we spreken van Alpha-, Beta-, Delta- en Theta-golven.
We brengen dergelijke golven altijd voort, maar bij iedere activiteit ligt de
nadruk anders en één soort van hersengolven overheerst meestal. In een normale
staat van bewustzijn overheerst de Beta- en Alpha-activiteit, terwijl het in de
slaap en bij diepe meditatie gaat om Delta- en Theta-golven.
Type , Frequentie Hz , Toestand
Alpha , 7,5 - 13 , Ontspanning
Beta , 13 - 28 , Wakker, normale staat van bewustzijn
Theta , 3,5 - 7,5 , Meditatie, droom
Delta , 0,2 - 3,5 , Diepe slaap, trance
Onze hersenen genereren dus dergelijke golven wanneer ze in een bepaalde toestand zijn, maar gaan omgekeerd die toestand ook nadoen, wanneer we bepaalde stimulansen van buitenaf opgelegd krijgen. De menselijke geest is wel degelijk te beïnvloeden en dat weet iedereen die van muziek geniet, rustig wordt van een kabbelend beekje of van de vlammetjes in een haardvuur. Eén van de manieren om te relaxen is dus onze hersenen op zodanige wijze te prikkelen dat we in de juiste, meditatieve en rustige stemming komen. Die juiste stemming wordt door sommigen beschreven als een gevoel van eenheid met de omgeving, als openstaan voor allerlei ervaringen of, in spirituele termen, als zich deel voelen van de schepping. We kunnen zelfs bepalen of mensen in een dergelijke stemming zijn, omdat hun hersengolven dan zo’n meetbaar patroon van Delta- of Theta-golven genereren.
Elektronica kan in die zin effectief gebruikt worden bij behandeling van RSI.
Er zijn speciale apparaatjes, die je op die manier in de juiste stemming of
staat van ontspanning kunnen brengen. Die noemt men wel brainmachines of
mindmachines, die werken met licht- en geluidssignalen.
De lichtjes in de bril van zo’n apparaatje gaan in een bepaalde frequentie en
patroon knipperen, en er is een koptelefoon met geluidssignalen die dat
ondersteunen, eventueel met rustige muziek als achtergrond. Door het gebruik van
de juiste frequentie lichtflitsen en geluidssignalen, eventueel aangevuld met
kleine elektrische schokjes in hetzelfde frequentiebereik, kan men de
gemoedstoestand van de gebruiker vrij effectief beïnvloeden. Wat een
brainmachine doet is via ogen en oren onze hersenen en dus onszelf in de `juiste’
stemming brengen. Ze zijn er in diverse uitvoeringen en vanaf 150 euro. Meer
informatie hierover is te lezen op www.net.info.nl/egosoft/brainma.htm
Dit soort toepassingen ligt op het terrein van de toegepaste psychologie. Het gaat om relaxen en stressbestrijding, maar ook om betere concentratie, meditatie, gewoon bestrijden van de slapeloosheid of het verhogen van het leervermogen.
Biofeedback is een effectieve methode voor stemmingsbeïnvloeding en te
gebruiken om te relaxen en te leren mediteren of bij stressmanagement. Het werkt
via de terugkoppeling van hersengolven, of door het meten en terugkoppelen van
de huidweerstand of de spierspanning. Met behulp van zo’n biofeedbackapparaat
leert men de ontspannen toestand aan om op eigen kracht te ontspannen. De
huidweerstand geeft aanwijzingen voor het ontspanningsniveau, die wordt gemeten
via vingersensoren en omgezet in een geluidssignaal dat te horen is in de
hoofdtelefoon. De toonhoogte geeft de vorderingen aan en de toon zakt bij
diepere ontspanning.
De biofeedback methode is ontwikkeld door onderzoekers van het menselijk bewustzijn die zich afvroegen of mensen zich bewust kunnen worden van hun hersenactiviteit om dit gericht te leren gebruiken. Door middel van sensoren kan men inzicht krijgen in de eigen bloedsomloop, spierspanning of hersengolven en leren deze te controleren. Zodoende kan men de lichaamshouding verbeteren, krampachtige houdingen vermijden, vingers en tenen verwarmen, leren ontspannen en pijn beheersen. Voor chronische RSI-klachten, zeker wanneer die stressgerelateerd zijn, kan dit zeer effectief zijn. Je leert als het ware op commando rustig te worden, door middel van feedback, waardoor je je eigen gedachten en emoties beter leert beheersen. Egosoft in Amsterdam levert dergelijke biofeedback apparatuur en brainmachines.
De RSI Protector is een biofeedback hulpmiddel speciaal ontwikkeld voor het
voorkomen van RSI bij beeldschermwerkers. Via elektroden op de huid meet de RSI
Protector de individuele spierspanning. Het apparaat waarschuwt vervolgens de
gebruiker door middel van een signaal wanneer die spanning te hoog wordt. Deze
kan dan zijn houding aanpassen om te voorkomen dat de RSI zich daadwerkelijk
manifesteert. Dit vrij compacte draagbare systeem kan eventueel draadloos
gekoppeld worden aan een PC.
NoRSI pen
Deze therapeutische NoRSI sensorpen van Tensor is ook een soort
feedbackinstrument en helpt patiënten genezen van hardnekkige nek-, schouder-
en armklachten. In de schacht van de pen zit een sensor, die alarm slaat bij
RSI-gevaar. De sensor registreert namelijk de knijpkracht en de druk van de
vingers. Als de schrijver de pen te krampachtig vasthoudt, gaat een lampje in de
pen branden. Dit signaal waarschuwt de gebruiker voor teveel spierspanning.
Beïnvloeding met licht en geluid van brainmachines is maar één manier om de
hersengolven te veranderen. In plaats daarvan kan men ook een zwakke elektrische
stroom door de oorlellen naar het brein leiden. Dat kan, afhankelijk van de
persoon, eenzelfde invloed op de hersengolven hebben als de impulsen van de
brainmachine. Deze vorm van elektrische stimulatie wordt Cranial Electrical
Stimulation, afgekort CES, genoemd.
Het voordeel van CES-apparatuur is dat ze ook gebruikt kan worden terwijl men
iets anders doet en door het onopvallende aspect en de draagbaarheid zelfs in
het openbaar. De CES zal meestal onopgemerkt blijven of als een soort walkman
beschouwd worden.
De toepassingen zijn zeer gevarieerd. Van bestrijding van pijn, bereiken van
meditatieve of juist alerte staten van bewustzijn, behandeling van
drugsverslaafden, tegen depressies en slapeloosheid, tot het trainen van
topsporters.
TENS, Transcutaneous Electro-Neural Stimulator, lijkt op CES-apparatuur. Het
gebruik van kleine stroompjes op andere lichaamsdelen, om de spieren te
stimuleren of pijn te bestrijden noemt men TENS ofwel Transcutaneous Elektro-Neural
Stimulatie. In tegenstelling tot de CES, waarbij de elektroden op de oorlellen
worden geplaatst en de hersenen direct stimuleren, kunnen de elektroden van de
TENS overal op het lichaam worden bevestigd. Te gebruiken bij pijnbestrijding,
maar ook voor spierversteviging, afslanken en acupunctuur. Dit soort apparatuur
wordt tegenwoordig steeds meer gebruikt, ook in de cosmetica, maar voor RSI is
het van belang voor de bestrijding van spierpijn, het stimuleren van bepaalde
spieren en om de genezing van bepaalde aandoeningen te bereiken.
Elektro-acupunctuur lijkt een beetje op deze aanpak, maar volgt meer de
behandelingwijze van de klassieke acupunctuur en werkt daarom met drukpunten en
energiekanalen en gebruikt stroomstootjes op diverse punten. Men gebruikt ook
wel de acupunctuurnaalden als punten om de stroom in het lichaam te brengen.
Waarop berust het principe van elektrische stimulatie? Onze hersenen, en ook
onze spieren, werken met chemische impulsen, maar genereren ook elektrische
stroompjes en reageren daar weer op. Elk van de miljarden neuronen in onze
hersenen is een miniatuur elektrische generator (even complex als een computer)
die elektrische signalen genereert en die signalen beïnvloeden weer de
productie van verschillende hersenstoffen (neurochemicals).
Dus het ligt voor de hand dat de juiste vorm van elektrische stimulatie van de
hersenen invloed op onze stemmingen en gedachten heeft en gebruikt kan worden
als een soort elektronische stemmingsmaker, hulp bij ontspannen, meditatie of
concentratieproblemen.
Een behandelingsmethodiek die steeds meer aanhang vindt is het gebruikmaken van
magneetvelden. Dat is heel wat anders dan magnetiseren of Reiki, wat meer valt
in de sfeer van energetische of gebedsgenezing. Het gebruik van magneten is
vooral in Duitsland populair, al lopen er ook in de VS heel wat mensen met
magneetjes in hun schoenen of slapen op bedden met magneten. Met name voor
chronische klachten op reumatisch gebied, en RSI-problemen komen vaak voort uit
reumatische aanleg, kan magneetveldtherapie uitkomst bieden.
Er zijn veel verschillende vormen van magneettherapie. De meest eenvoudige
bestaan uit vrij simpele (permanente) magneetjes, die bijvoorbeeld in een
polssteun worden genaaid. Dat werkt in veel gevallen al verbluffend goed. Op de
een of andere manier zijn we vrij gevoelig voor magneetvelden en bevordert dat
de bloedsomloop en de permeabiliteit (de eigenschap om bepaalde stoffen door te
laten) van de celwanden. Dat laatste is erg belangrijk voor het afvoeren van
afvalstoffen. Wel is het aan te raden de magneetvelden die bij therapie gebruikt
worden niet al te sterk te maken. Magnetische velden, zeker als ze zeer sterk
zijn, kunnen ook schadelijk zijn en vormen een deel van de
elektrosmog-problematiek, eerder besproken in dit boek.
Een iets ingewikkelder vorm van magneettherapie is het gebruikmaken van
magneetjes met specifieke frequenties, zoals de Power Pulser, die werkt met de
frequentie van het aardmagnetisch veld, de Schumann-frequentie. Nog verder gaan
methodes die met een heel gamma aan magnetische velden werken, vaak in een
therapeutische setting. Men spreekt dan van Pulsed Magnetic Field Therapie of
Magnetische Resonantie. Daarbij worden verschillende veldsterktes en
frequentiebanden gebruikt, onder meer om de bloedcirculatie en het metabolisme
op celniveau te beïnvloeden, of de schadelijke invloed van elektrosmog, of
slaapproblemen op te lossen en stress te reduceren.
Voor thuisgebruik is een dergelijke therapie, die deskundige begeleiding vraagt,
niet aan te raden en ook op kantoor is het beter magneettherapie te beperken tot
gebruik van magneetjes in de buurt van gevoelige lichaamsdelen zoals de pols. Er
moet opgepast worden, want magnetische velden kunnen de computer storen en
bestanden van bijvoorbeeld diskettes aantasten. Het voordeel van werken met de
simpele permanente magneetjes is dat er eigenlijk geen ongunstige bijwerkingen
zijn en dat experimenteren ermee dus geen risico’s inhoudt. Zowel bij
preventie als behandeling is het, na overleg met een deskundige, daarom het
proberen waard.
Via geluiden, muziek of de stem kan men de geest tot rust brengen, maar ook
psychologische en zelfs fysieke problemen aanpakken. Daar zijn allerlei
technieken voor, van rustige muziek via zogenaamde geleide visualisatie of ‘guided
meditation’ tot hypnotische technieken. Via een koptelefoon of via de speciale
neurophone, die het geluid niet naar de oren, maar direct naar de hersenen
stuurt.
Er zijn dus een groot aantal behandelingen mogelijk op basis van geluidseffecten,
zoals de Monroe-methode die ontspanning en het verkennen van de innerlijke
wereld beoogt, maar ook allerlei muziek aanbiedt die je rustig kan maken.
Geluiden, muziek, maar ook de menselijke stem hebben nog een enorm potentieel
als therapeutisch medium. Eén van de mogelijkheden is de balans tussen rechter-
en linkerhersenhelft te beïnvloeden en die beter op elkaar af te stemmen. Dat
kan helpen bij allerlei klachten, bijvoorbeeld bij de behandeling van ADHD en
dyslexie. Ook bij computergebruik worden de hersenhelften wel eens wat eenzijdig
gebruikt. Vaak overheerst het logische linkerhersenhelft gedeelte, minder
regelmatig het symbolische rechtergedeelte. Er zijn dus diverse methodes en
audiotechnieken die hier kunnen helpen, variërend van speciale muziek met
suggesties tot (zelf)hypnose. Zie www.net.info.nl/egosoft.
Er zijn ook speciale video’s, die min of meer hypnotische suggesties gebruiken
om rust en ontspanning te bereiken. Door gebruik te maken van rustgevende
beelden en daar subliminale (op het onderbewustzijn gerichte) boodschappen in te
verwerken kan men bijvoorbeeld leren relaxen.
De computer is ook een instrument dat gebruikt kan worden voor technieken die
gebruik maken van geluiden en beelden, maar dan met een grote mate van
interactiviteit. We noemden bij preventie al de programma’s die pauzes
afdwingen, er is spraakherkenningsoftware die steeds nuttiger wordt en als
alternatief voor het toetsenbord en de muis kan dienen, maar er is ook speciale
software op het psychologische vlak. Die staat bekend onder de algemene noemer
mindware, maar er zijn slechts een paar bedrijven in de hele wereld die zich
daarmee bezig houden. Onder meer op de site bruceeisner.com/mindware/ staan een
aantal voorbeelden van interactieve psychologische software, zoals spelletjes en
biofeedback. Je kunt de computer ook als brainmachine gebruiken en er is
hypnotische inductiesoftware, subliminal software, software om de creativiteit
te bevorderen en om te mediteren of te relaxen. Dit zijn fascinerende
toepassingen van de computer, die echter nauwelijks bekend zijn.