next -index- prev

Digitale Depressie

Beste jongens en meisjes van Bart. Ik noem jullie maar gewoon Bart omdat ik er zo aan gewend ben dat mijn computer jullie ook zo noemt: 'verbinding zoeken met Bart'. Dat is een heel bekend scherm geworden de afgelopen maanden.
Ik schrijf jullie omdat ik per direct mijn Internet-aansluiting bij jullie opzeg. Het is over, uit, afgelopen, schluss. Gisteravond zat ik weer te surfen, zoals de laatste vier maanden bijna elke avond, en ineens besefte ik dat ik niet meer wilde. Ik kon gewoon niet meer. Ik heb gelijk alles uitgezet en pas vandaag voel ik me in staat om erover te schrijven of te praten. Bovendien wil ik jullie graag uitleggen waarom het misgegaan is. Misschien kunnen jullie er iets van leren voor je nieuwe klanten.
Allereerst wil ik jullie op het hart drukken dat het niet aan jullie lag. In het begin, toen ik net een aansluiting had, nog niks snapte en voortdurend aan de telefoon van de helpdesk hing, hebben jullie me fantastisch geholpen. Jullie zullen wel gek van die idioot geworden zijn, maar jullie hebben dat nooit laten blijken. En later toen ik Windows 95 ge‹nstalleerd had en jullie software niet meer werkte, hebben jullie me precies uitgelegd wat ik moest doen. Nee, aan jullie heeft het niet gelegen.
Waar het wel aan gelegen heeft, is niet zo eenvoudig uit te leggen. Misschien ben ik gewoon wel te oud voor het computertijdperk. Het is misschien gek om te bekennen, maar ik heb ook nog steeds heimwee naar LP's, langspeelplaten. Wat was het vroeger toch heerlijk om de hoezen van je favorieten te bestuderen: Led Zeppelin, Yes of Pink Floyd, altijd waren er mooie klaphoezen en soms een prachtig bedrukt tekstvel. Iedere nieuw uitgekomen plaat was een feest, en echt niet alleen vanwege de muziek. En nu, de boekjes die ze bij CD's stoppen zijn alleen onder een loupe te lezen en omdat er ruimte genoeg op een CD is proppen ze hem ook vaak maar vol met nummers die het predicaat vullertje niet eens verdienen. Nou ja, laat ik erover ophouden, noem het maar sentimenteel of zo.
Maar goed, ik dwaal af: Internet dus. Wat mij eigenlijk het meest opviel was hoe eenvoudig het allemaal was. Ik ben van een generatie die nog WordPerfect moest leren (opa, vertel nog eens) met al die ingewikkelde codes (F3, F7, shift F4 en control F9 en zo). Mijn god, wat een ellende! Om de haverklap was je dingen kwijt en voor iedere vastloper moest ik een vriend bellen, die zijn geringe zelfvertrouwen behoorlijk op wist te krikken door keer op keer moeilijk kijkend het programma weer aan de gang te krijgen.
Wat was het heerlijk toen Windows kwam: niet zozeer bedoeld om dingen beter en sneller te maken, maar om het eenvoudiger te maken. Om ons gewone mensen te bevrijden van de terreur van de systeembeheerders. En zeker toen Windows 95 kwam: eenvoud troef. Hoewel iedereen nog klaagde over bugs en dingen die niet werkten, liep deze jongen elke dag fluitend naar zijn PC. Afgelopen met het onthouden van suffe toetsencombinaties. Sinds ik Windows 95 heb, werkt mijn PC een stuk eenvoudiger dan mijn videorecorder (PDC, showview en 100 leuke nutteloze functies). Ik was toe aan Internet.
Laten we wel zijn, je wordt tegenwoordig wel als een ongelofelijke eikel beschouwd als je niet op het Net zit. Op mijn werk werd er al sarcastisch gedaan omdat ik geen email kon ontvangen en tijdens mijn functioneringsgesprek zei mijn chef, dat ik me toch ook eens in de nieuwe tijd moest verdiepen. Toen juffrouw Liesbeth me ook nog uitlachte omdat op mijn briefpapier, waarop ik een liefdesgedicht voor haar geschreven had, geen email-adres stond was de maat vol. Ik meldde me bij jullie aan en vanaf dat moment ging het in een stroomversnelling. Elke avond vanaf een uur of 8 ging ik naar mijn kamertje: verbinding zoeken met Bart, dag in dag uit. Al snel had ik het helemaal door. Programma's als Netscape zijn echt voor digibeten als ik gemaakt en jullie homepage was ook heel gemakkelijk met al die verbindingen naar zoekprogramma's. O, ik heb ze allemaal leren kennen in die maanden, Lycos, Alta Vista, Web Crawler, Yahoo, ze waren mijn fakkels in de duistere zee van informatie. Het eerste gebied waar ik me op stortte was de muziek, zonder te weten dat dat mijn ondergang zou worden.
Ik ging op zoek naar informatie over bands en artiesten. Wat was het een kick toen ik de setlist ontdekte die David Bowie speelde tijdens de Outside-tour. Alle nummers keurig op een rij. Het kon me zelfs niet schelen dat hij in de Willem van Oranjehal ineens heel andere nummers speelde, ik had de voorpret toch al gehad.
Ik wist steeds meer op Internet te vinden: een Web-site met teksten van de meest uiteenlopende artiesten, veel homepages over artiesten zelf en vooral bergen aan informatie. Ik werd selectiever en begon me toe te leggen op de artiesten waar ik mee opgegroeid was. Ik speel namelijk in een bandje met 5 andere ouwe lullen en wij spelen muziek na van Pink Floyd, de Eagles en de Byrds en zo. Er komt weliswaar nooit iemand naar ons kijken maar een lol dat we hebben.
Ik vond het dus helemaal te gek dat ik Web-sites vond met daarop alle teksten en akkoordenschema's van Pink Floyd. Helemaal toen bleek dat de jongens 'Young Lust' wilden gaan spelen, je weet wel dat nummer van The Wall ('oeh, I need a dirty woman') Ik had al snel de akkoorden te pakken maar dat was me nog niet genoeg.
Ik zocht gisteravond dus verder en verdomd, op een of ander obscuur Australisch home-paginaatje vond ik uitgeschreven solo's van Dave Gilmour. Gewoon met de frets in vakjes en nummertjes voor je vingers. Gitaarspelen voor de simpelen van geest, dus echt wat voor mij. Vol enthousiasme pakte ik mijn gitaar erbij en zonder enige moeite speelde ik het eerste loopje. Ook de tweede lick kwam er zo uit. In plaats van door te spelen, merkte ik echter dat ik de muziek liefdeloos had gespeeld. Alsof ik het niet zelf gespeeld had maar iemand anders, iemand die ik niet mocht.
Ik dacht terug over hoe ik vroeger een gitaarsolo uitzocht. Steeds de naald een stukje terug, opnieuw luisteren, naspelen, nog eens luisteren en uiteindelijk had je iets wat er op leek, hoewel je dat laatste, snelle loopje uit veiligheidsoverwegingen maar wegliet. Zo had ik op mijn eenvoudige jongenskamer gitaar leren spelen. Ik kreeg een warm gevoel van binnen. Hoe lang was dat wel niet geleden? En waar was dat gevoel gebleven?
Opeens leek het of ik een wereldwijd complot, in een seconde doorzag. Zo ging het verdomme met dat hele Internet. Al die informatie was zielloos! Op elk gebied. Wat een spannend gevoel had ik het als puber gevonden, om in een sexshop vieze boekjes te kopen. En nu kon ik tonnen vunzige teksten en plaatjes van het Net downloaden, maar het gevoel in mijn buik was weg. En heerlijk was het om in de bibliotheek aan het knapste meisje te vragen of zij wist waar de boeken van Wittgenstein stonden. Dat is toch veel leuker dan zelf op Inter- net een of andere lijst in een bibliotheek in Verwegistan te raadplegen. Het gaat toch niet echt om Wittgenstein, hoop ik. En al die elektronische kranten, dachten die lui nou echt dat ik op zaterdagochtend met mijn koffie en mijn beschuitje voor mijn PC ging zitten.
Er knapte iets in me. Het leek of ik ineens doorzag dat Internet een val was. Een uitvinding van de duivel (Gates?), die ons steeds verder weglokt van het werkelijke leven, om ons uiteindelijk in virtual reality te offeren aan de goden van de nietszeggendheid.
Ik verbrak abrupt de verbinding met Bart en zette mijn computer uit. Een serene rust kwam over me. Ik besefte opeens weer dat ik met het knapste meisje uit de bibliotheek samen woonde en dat ze al weken lang niet eens meer vroeg of ik ook naar bed kwam. Ik sloop de slaapkamer binnen. Toen ik tegen haar aan ging liggen, bewoog ze als een wulpse kat. In mijn hoofd klonk dat liedje van Pink Floyd, waarvan ik morgen bij de LP de solo zou gaan uitzoeken.

Theo van der Linden